Lijmtechniek

Vloerbedekkingslijmen 

Voor de verbinding tussen vloerbedekkingen en de vakkundig voorbereide ondergronden worden lijmen gebruikt die voldoen aan bepaalde eigenschappen. Bij het verlijmen van vloerbedekkingen van textiel moet bijvoorbeeld worden gezorgd dat ook de lijm bestand is tegen shamponeren en het reinigen door middel van sproei-extractie en dat de lijm de natte vloerbedekking goed op zijn plaats houdt.

Voor het verlijmen van PVC-bedekkingen moet lijm worden gebruikt die bestendig is tegen weekmakers, lijm voor rubber vloeren moeten juist zeer goed aan rubber hechten. Niet in de laatste plaats moeten parketlijmen bestand zijn tegen het natuurlijke uitzetten en krimpen van het hout.

Doorgaans wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikgemaakt van moderne dispersielijmen die behalve de vele technische eigenschappen ook grote voordelen bieden wat betreft de luchtkwaliteit binnenshuis.

 

Ruim 90 % van de legmaterialen van Thomsit hebben een EMICODE die de emissie-eigenschappen van verschillende bouwmaterialen aangeeft en zijn gedeeltelijk ook aangeduid met het Duitse milieukeurmerk ‘Der Blaue Engel’.

 

Daarmee zijn zeer emissiearme lijmen beschikbaar voor alle toepassingen in de vloertechniek.

Bij de verwerking van dispersielijmen zijn behalve de goede luchtkwaliteit en de soort ondergrond ook de volgende aspecten van belang: de vertanding van de lijmkam, de uitdamptijd, de ‘open tijd’ en de belastbaarheid.

Met de vertanding van de lijmkam wordt gereguleerd hoeveel lijm er wordt gebruikt.

De meestgebruikte vertanding voor elastische vloerbedekkingen is A2 en voor vloerbedekkingen van textiel B1. In de technische informatiebladen, behorend bij de producten, staat aangegeven welke vertanding gebruikt dient te worden. Uitgebreide informatie over lijmverdeelmessen kan tevens worden gevonden in het TKB-informatieblad nr. 6 van de Duitse belangenorganisatie van de lijmindustrie (www.klebstoff.com)

 

Met uitdamptijd wordt de tijd bedoeld tussen het aanbrengen van de lijm en het leggen van de vloerafwerking. In deze tijd verdampt doorgaans een groot deel van het water dat de lijm bevat en begint de lijmfunctie. De uitdamptijd is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden en de ondergrond. Met name op absorberende ondergronden mag geen te lange uitdamptijd worden aangehouden, omdat de lijm al kan zijn uitgehard voor er een elastische bovenlaag op wordt gelegd. De lijm kan dan ook niet meer met een aandrukrol worden aangedrukt.

 

Gevolg: de groeven in de lijm worden pas vervormd bij een puntbelasting, zoals van bijv. een stoel- of tafelpoot. Als gevolg daarvan kunnen in de vloerbedekking blijvende afdrukken achterblijven.  

Open tijd houdt de beperkte tijd in na het aanbrengen van de lijm waarin de toplaag in het lijmbed kan worden gelegd en waarbij de rugzijde van de vloerbedekking nog volledig met de lijmlaag in aanraking kan komen. Wanneer deze tijd wordt overschreden, is een goede lijmverbinding niet meer mogelijk. De ‘open tijd’ is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.

De belastbaarheid geeft exact aan wanneer het oppervlak na het lijmen weer volledig in gebruik kan worden genomen.

Na het leggen dient de vloerafwerking in elk geval met een tapijtwals goed te worden aangedrukt.

Alleen dan ontstaat een goede lijmverbinding en worden de groeven in de lijm volgens de voorschriften platgewalst. Dit bepaalt in belangrijke mate hoe mooi de vloerbedekking zal liggen.

Er bestaat een bijzonder verband tussen het egaliseermiddel en de lijm. Hoe gladder de egalisatielaag, des te gelijkmatiger en economischer de lijm kan worden aangebracht. Dit bepaalt ook in belangrijke mate hoe mooi de vloerbedekking zal liggen.

BELANGRIJK!

Houd op absorberende ondergronden altijd korte uitdamptijden aan (voorkomen van blijvende afdrukken), op niet-absorberende ondergronden zijn lange uitdamptijden noodzakelijk (tot de lijm droogt, alleen mogelijk met daarvoor bestemde lijmen en met bepaalde vloerbedekkingen). 

Concrete informatie hierover is te vinden in de technische informatiebladen.

Soorten vloerbedekking

Vloerbedekkingen van textiel

 

Vloerbedekkingen van textiel worden in de regel onderscheiden naar de manier waarop ze zijn gemaakt, omdat daaruit kan worden afgeleid hoe ze moeten worden gelegd. Over het algemeen kunnen ze als volgt worden ingedeeld, waarbij de rugzijde van de vloerbedekking bepalend is voor het verlijmen.

Met de volgende soorten ruggen dient rekening te worden gehouden bij het leggen op geschikte ondergronden:

  • schuimrug
  • gladschuim 
  • gelfoam 
  • wafelschuim 
  • textielrug
  • viltrug 
  • (vliesgelamineerde) zware coating 
  • coating 

Soorten vloerbedekking van textiel en lijmadviezen

Geweven tapijten

Geweven tapijten zijn laagpolige en hoogpolige tapijten. Het verschil wordt bepaald door de productiemethode. In principe hebben geweven vloerbedekkingen een rugzijde met gaasstructuur.

 

Voor het verlijmen van dit type vloerbedekking worden voornamelijk hoogwaardige lijmen gebruikt, zoals Thomsit T 410 met bijzonder sterke aanvangshechting en zeer lange open tijd, omdat geweven vloerbedekkingen vaak behoorlijk stug zijn en afhankelijk van het rapport tijdens het leggen voldoende moeten kunnen worden gecorrigeerd bij de naden.

Getufte tapijten

Getufte tapijten zijn in dwarsdoorsnede herkenbaar aan een lussenpool of gesneden pool. Gesneden polen ontstaan doordat de lussen zijn doorsneden, zodat er geen bosjes ontstaan. Het Engelse woord tuft betekent ook bosje. Getufte tapijten worden gemaakt op naaimachines van max. 5 m breed met honderden naalden.

Voor het verlijmen van deze zeer veel voorkomende tapijtsoort zijn alle tapijtlijmen van Thomsit geschikt.

Naaldvilttapijt of Kugelgarn-tapijt

Zowel naaldvilttapijt als Kugelgarn-tapijt behoren tot de zeer robuuste vloerbedekkingen en worden daarom vaak gebruikt in ruimtes waar ze zwaar worden belast (bijvoorbeeld kantoortuinen). Net als geweven tapijten zijn ook de meeste tapijten van deze categorie zeer stug. 

 

Daarom kunnen deze tapijten, net als geweven tapijten ook het best worden verlijmd met een zeer sterk hechtende tapijtlijm.

Gevlokte vloerbedekking

Gevlokte vloerbedekkingen, waarvan de bovenkant bestaat uit loodrecht in de textieldrager gestoken poolvezels, hebben een PVC-schuimrug.

Voor het verlijmen van vloerbedekking met weekmakers wordt Thomsit K 188 E met de vertanding A2 of A3 geadviseerd.

Elastische vloerbedekkingen

Tot de elastische vloerbedekkingen behoren in eerste instantie PVC-, CV-, rubber- en linoleumvloerbedekkingen, maar ook polyolefine- en kurkmaterialen.

 

Wie een vloerbedekking uit deze heterogene productgroep zorgvuldig en vakkundig wil leggen, moet rekening houden met zowel de eisen die aan de ondergrond worden gesteld als met de specifieke eigenschappen van het desbetreffende materiaal. Puur technisch/natuurkundig gezien reageren de aparte soorten vloerbedekkingen deels uiterst verschillend. Dat heeft te maken met de aard van het materiaal. Toplagen van PVC zijn bijvoorbeeld thermoplasten, rubber vloeren zijn daarentegen elastomeren. Het begrip thermoplast kan worden opgedeeld in twee delen. Plastisch zijn materialen die bijvoorbeeld onder invloed van krachten van vorm veranderen en die nieuw verkregen oppervlaktemorfologie vasthouden. Zo’n materiaal is bijv. klei. Het eerste woorddeel ‘thermo’ geeft aan dat deze vormverandering ook kan plaatsvinden door warmte-inwerking.

 

Het opvallendste kenmerk van elastomeren is daarentegen de elastische vervormbaarheid. Dat fenomeen is bekend van rubberen ringen. Met krachtsinspanning kan zo’n ring meer of minder worden uitgetrokken, dus worden vervormd. Wanneer de kracht wegvalt, gaat hij terug naar zijn oorspronkelijke vorm.

BELANGRIJK!
Om dure klachten te voorkomen is het absoluut noodzakelijk om goed te letten op de eisen die aan de ondergrond worden gesteld en de specifieke eigenschappen van de desbetreffende materialen.

BELANGRIJK! 
Voor het foutloos leggen van vloerbedekkingen is vooral de exacte kennis van de materialen en het gebruik daarvan van doorslaggevend belang. Neem daarvoor beslist de leginstructies, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing van de desbetreffende vloerbedekkingsproducent in acht!

Ergens tussen deze beide uitersten van thermoplasten (PVC) en elastomeren (rubber) bevinden zich de eigenschapsprofielen van alle overige elastische vloerbedekkingen. Alleen al deze natuurkundige verschillen maken het noodzakelijk om de legmethode aan te passen aan de soort vloerbedekking. Het ‘karakter’ van een vloerbedekking dient echter in geen geval te worden onderschat.

Elastische vloeren vereisen altijd een zorgvuldig voorbereide, gladde, schone ondergrond, omdat elke oneffenheid en viezigheid onvermijdelijk is te zien in de toplaag.

Soorten elastische vloerbedekkingen

Vloerbedekkingen van PVC

De algemene benaming PVC is een afkorting van het thermoplastische kunststof polyvinylchloride. Door de toevoeging van weekmakers en stabilisatoren kan de stijfheid van het kunststof variëren. Het kan goed worden geverfd, is bestand tegen veel zuren, logen, alcohol en olie en neemt bovendien nauwelijks water op. Dankzij deze eigenschappen is pvc bijzonder geschikt voor het gebruik als vloerbedekking.

PVC-vloeren worden veel toegepast in de vloertechniek, zowel in de vorm van homogene (enkellaags) als heterogene (meerlaags, meestal met geprint dessin) vloerafwerkingen in banen, platen en planken. De heterogene varianten zijn bekend onder de naam ‘designvloer’ of LVT-vloer (Engels: ‘luxury vinyl tiles’).

CV-vloerbedekkingen

CV-vloerbedekkingen worden gerekend tot de PVC-vloeren. Het gaat daarbij om een dubbellaags vloerbedekking die bestaat uit een PVC-laag met structuur op een schuimdrager. De letters C en V staan voor cushioned (gepolsterd) vinyl. CV-vloerbedekkingen zijn voornamelijk verkrijgbaar in banen.

Rubberen vloerbedekkingen

Rubberen vloerbedekkingen zijn zeer sterk, geluidsisolerend, bestand tegen smeulende sigaretten en zijn tenminste gedurende korte tijd bestand tegen invloeden van verdunde olie, vetten, logen en zuren. In vergelijking met PVC dienen rubberen vloeren echter duidelijk anders te worden gelijmd.  

Voor de praktijk is het met name relevant dat de tijd waarin de rugzijde van de rubberen vloerbedekking met de lijmlaag in aanraking kan komen gelijkmatig afneemt met de uitdamptijd van de lijm. Waar PVC-vloeren ook zelfklevend kunnen worden gelegd, biedt bij het leggen van rubberen platen en banen alleen de natte fase van de lijm de noodzakelijke fixatie. Wat dat aangaat is de mate waarin de rugzijde van de rubber vloerbedekking volledig met de lijm in aanraking komt in tegenstelling tot de eigenschappen van PVC-vloeren van doorslaggevende betekenis voor een goede verlijming. Zoals uitvoerig beschreven in het TKB-informatieblad nr. 3 ‘Kleben von Elastomer-Bodenbelägen’ (lijmen van vloerbedekkingen van elastomeer) worden rubberen banen over het algemeen met dispersielijmen gelijmd op absorberende ondergronden.

 

Bij normale belastingen en geringe thermische invloeden worden rubberen platen op absorberende ondergronden gelijmd met daartoe geschikte dispersielijmen van Thomsit, zoals Thomsit K 190 F of Thomsit K 175. Op compacte, niet-absorberende ondergronden wordt aanbevolen om de reactieharslijm Thomsit R 710 polyurethaanlijm of, na overleg met de technische afdelingen, het droge lijmsysteem Thomsit DT 200 Quick-Lift-weefsel te gebruiken. Bij te verwachten zware belastingen, zoals bijv. het gebruik van palletwagens of vorkheftrucks of bij vochtbelastingen wordt over het algemeen aanbevolen om de robuuste reactieharslijm Thomsit R 710 polyurethaanlijm te gebruiken.

Linoleum

Linoleum kan net als andere vloerbedekkingen onbeperkt met dispersielijm op absorberende ondergronden worden gelijmd. Zelfs de bochten waar meer spanning op staat (zwak golfvormige delen van een baan als gevolg van de productiemethode) kunnen met de moderne linoleumlijmen zeer goed worden gefixeerd. Door een zekere wateropname en het juteweefsel aan de rugzijde treedt tijdens het verlijmen van linoleum al een dimensieverandering op. In de legpraktijk is het gangbaar om de banen te verleggen met een afstand van 0,3 tot 0,5 mm, zodat rekening is gehouden met het feit dat de baan iets zal verbreden. Linoleum krimpt in de lengte en zet in de breedte uit. Nadat de geschikte lijm met vertanding B1 is aangebracht, moeten de banen in het natte lijmbed worden geschoven. Enkel door het verlijmen van linoleum in een nat lijmbed zal de hele rugzijde met de lijm in aanraking komen. Wanneer de open tijd van de lijm wordt overschreden, zal dit onvoldoende het geval zijn.

BELANGRIJK!

De fabriekskanten van linoleumbanen moeten voor het verlijmen conform de richtlijnen van de fabrikant absoluut worden bijgesneden. De kopse kanten van linoleumbanen moeten tijdens het leggen worden gemasseerd (tegengebogen).

Linoleum kan worden verlijmd met de volgende oplosmiddelvrije producten van Thomsit:

  • Thomsit K 175 Contactlijm op waterbasis
  • Thomsit L 240 D Dispersiekleefstof voor linoleum
  • Thomsit UK 840 Universele vloerbedekkingslijm

In uitzonderingsgevallen, bijv. op niet-absorberende ondergronden moet worden verlijmd met de 2-componenten dispersie-cementpoederlijm Thomsit TKL 300 Speciaallijm.

Parket

Het natuurproduct hout in de vorm van parket biedt een hele reeks voordelen. Door de vele toepassingsmogelijkheden is parket tijdloos en mooi in iedere ruimte. Parket stelt hoge eisen aan de ondergrond, bijv. door het uitzetten als gevolg van het vochtpercentage in het hout, waardoor de dimensie- en vormstabiliteit van de parketplanken in belangrijke mate wordt beïnvloed.

De ondergrond moet daarom voor het uitvoeren van de legwerkzaamheden volgens DIN 18 356 ‘Parkettarbeiten’ (werkzaamheden aan parket) in principe vlak, blijvend droog, schoon, vrij van scheuren en oplosmiddelen, trekvast en bestand tegen druk zijn.

De verwerker moet de ondergrond met de gebruikelijke zorgvuldigheid, met inachtneming van de algemeen erkende vakreglementen, de stand der techniek en conform de Duitse voorschriften voor aanbesteding VOB deel C, DIN 18 356 Parkettarbeiten, controleren op de geschiktheid voor het leggen van de parket.

De keuze van de geschikte lijm hangt dus vooral af van de soort parket en hout, de eisen die worden gesteld aan de vloerconstructie, de ondergrond en de informatie van de fabrikant van de legmaterialen.

De verwerkingsrichtlijnen en instructies die de fabrikant van de legmaterialen in de technische informatiebladen aangeeft, dienen absoluut in acht te worden genomen.

De Duitse Technische Commissie Bouwlijmen (Technische Kommission Bauklebstoffe, TKB) adviseert alle verwerkers bij het gebruik van parketlijmen met oplosmiddelen altijd de technische noodzaak te controleren en het gebruik daarvan zo mogelijk te voorkomen, omdat met name de werklieden bloot worden gesteld aan de risico’s. De instructies en eisen die staan beschreven in de technische regels voor gevaarlijke stoffen, de TRGS 610 (Technische Regeln für Gefahrstoffe), zijn tot op heden nog voor alle verwerkers van kracht. Bij alle kritische ondergronden bieden schuifelastische reactieharslijmen de grootste zekerheid. Doorgaans zijn deze producten oplosmiddelvrij en zeer emissie-arm, bijv. Thomsit P 685 of Thomsit P 695.

BELANGRIJK!

De vochtigheid van parkethout stelt zich altijd in op het aanwezige klimaat. Enkellaags massief parket moet daarom worden gelegd met een houtvochtigheid van 9 (± 2 %), meerlaagsparket met een houtvochtigheid van 8 (± 2 %). Tevens moet worden gelet op een luchttemperatuur van ca. 20 tot 22 °C bij een relatieve luchtvochtigheid van ca. 50 tot 60 %.

Wat betreft de bescherming van het milieu en de consument is het zaak om meer oplosmiddelvrije en zeer emissie-arme producten te gebruiken:

  • Thomsit P 618 Dispersielijm voor parket
  • Thomsit P 625 2-c. PU-Parketlijm
  • Thomsit P 665 Elastische lijm voor parket
  • Thomsit P 675 Elast
  • Thomsit P 685 Elast Universal
  • Thomsit P 695 Elast Universal Strong
  • Thomsit P 699 Harde lijm voor parket
Selecteer product: